Wie was Frans Naerebout?

Toen zijne loopbaan ten einde was, begon men zich eerst te herinneren wie en wat hij was geweest, hoeveel men aan hem verplicht was en hoeveel men hem had verzuimd

Frans Naerebout werd op 30 augustus 1748 geboren te Veere en grootgebracht in een arm vissersgezin. In 1775 trouwde hij in Vlissingen met Sara Johanna Hoevenaar.Frans Naerebout voer als visser en loods voor de Zeeuwse kust en werd beroemd toen op 23 juli 1779 het fregatschip ‘De Woestduijn’, komende van Batavia, de rede van Vlissingen naderde. Het schip was onder leiding van een onervaren loods en liep vast op een zandbank. Toen een reddingsvaartuig van de VOC gezien de stormachtige weersomstandigheden weigerde uit te varen, voer Frans Naerebout samen met zijn broer Jacob en zes andere dappere Vlissingers naar 'De Woestduijn'. Met gevaar voor eigen leven wisten ze 71 van de 88 opvarenden van het schip te redden, tot het opkomend tij hen noodzaakte terug te keren naar de haven. De harde wind wakkerde aan tot storm en Frans Naerebout had grote moeite zijn maten aan te zetten tot een tweede tocht. Toch voer men in de namiddag weer uit en wist ook de overgebleven 17 opvarenden aan wal te krijgen. Op 14 april 1780 kregen Frans Naerebout en zijn broer Jacob een zilveren medaille en 23 dukaten uitgereikt voor hun heldhaftige daad.

Aan het einde van het jaar 1788 vertrok het schip ‘de Zuijderburg’ van de rede van Rammekens. Het schip had een bevolking van 400 man, een lading koopmanschappen en vijfmaal honderdduizend gulden in gemunt geld aan boord. Tijdens het zeilen beschadigde men het roer wat er voor zorgde dat het schip niet meer verder kon. Daarnaast was de zee langs de kust geheel bedekt door schuivende ijsschotsen. Hierdoor kon geen enkel schip de haven verlaten. Als laatste hoop werd Frans Naerebout erbij geroepen. Hij wist na vele pogingen over het schuivende ijs toch open zee te bereiken om daarmee aan boord van ‘de Zuijderburg’ te komen. In overleg met de kapitein besloot hij de loodsgaljoot (een klein loodsbootje) achter ‘de Zuijderburg’ vast te maken. Hiermee kon het schip toch nog enigszins bestuurd worden. Na een avontuurlijke tocht bereikte het schip de Engelse haven Plymouth.

Vele reddingen en moeilijke loodsreizen zouden volgen. In het najaar van 1794 bracht Frans Naerebout ‘De Voorland’ van Rammekens naar Texel en verder door het Engelse Kanaal, waarna hij door oorlogsomstandigheden genoodzaakt werd mee te varen naar Kaapstad, waar hij op 1 april 1795 arriveerde. Na een heftige reis en ruim een jaar arriveerde Frans Naerebout weer in Vlissingen.

Naerebout was bij uitstek iemand die heeft ervaren dat roem en vergetelheid – en de armoede die daar meestal mee gepaard gaat – dichter bij elkaar liggen dan de meeste mensen denken. Toen de zeehandel tijdens de Franse bezetting stil kwam te liggen werd hij ontslagen als zeeloods en moest hij maar zien te overleven. Als garnalenvisser verdiende hij een karige boterham, totdat hij in 1808 lantaarnopsteker werd van de pas geplaatste lichtbaak op de hoek van de Oost-Bevelandpolder, waar de Zandkreek in de Oosterschelde uitmondde.

Hij moest in de directe omgeving van de vuurbaak verblijven in een eenvoudige hut, die te klein en te armoedig was om zijn gezin te huisvesten. Zijn vrouw verbleef daarom voornamelijk in Goes. In 1812 werd Frans Naerebout aangesteld als havenkapitein en sasmeester van de stad Goes bij de nieuwe sluis, maar door langdurige problemen met de sluis heeft deze functie geen werkelijke inhoud gekregen.

Op 27 september 1816 overleed zijn vrouw, Saartje Naerebout.

Het Zeeuws genootschap bracht zijn Verdiensten onder de aandacht van Z.M. de Koning. Op 31 Oktober 1816 werd hij benoemd tot Broeder in de Orde van de Ned. Leeuw met een jaarlijkse toelage van 200 gulden. Het Goesse Departement tot Nut van ‘t Algemeen kwam ook met een gift.

Toen Frans Naerebout op 23 augustus 1818 te Goes overleed, was hetzelfde departement bereid om ook de kosten van de begrafenis en het plaatsen van een grafsteen te bekostigen. Frans Naerebout ligt nu nog begraven in de Grote of Maria Magdalena Kerk te Goes en op zijn grafsteen staat: "Hier rust de beroemde zeeman en edele mensenvriend".